Rammelend lijf

En nu ben ik te oud om te gaan hardlopen. Veertig, dit is de grens, een lichaam gaat rammelen en het verval zijn intrede doet. Ik heb het op mijn heupen, dacht ik.

Ik wist het zeker, hardlopen was verleden tijd. Bij een afstand verder dan 7 kilometer kreeg ik pijn rondom mijn heupbot. Een stralende pijn, alsof een vlies rondom het bot ontstoken was. Niet alleen tijdens, maar ook na het hardlopen.

Een tijd lang probeerde ik me te verzoenen met korte rondjes hardlopen. Blij met wat ik wel kan, en niet focussen op wat ik niet kan, sprak ik mezelf moed in. Maar in mijn achterhoofd oriënteerde ik me al op een andere sport. Wielrennen? Roeien? Of toch zwemmen?

Waarom het zo lang moest duren voordat ik hulp zocht is me een raadsel. Maar iemand hoeft me tegenwoordig maar te vertellen over een minuscule hardloopkwetsuur en ik roep al: ‘Wacht je niet te lang met hulp zoeken?’ Ja, dat heb ik er wel van geleerd.

Ik kwam terecht bij een manueel therapeut. Deze doortastende vrouw keek, zag en overwon mijn blessure. Ik moest een stukje op en neer lopen, een keer bukken, overeind komen en zij had haar oordeel geveld. Enkele wervels waren het euvel, die zorgden voor een blokkade in mijn SI-gewricht. Om dat op te lossen moest ik op mijn buik gaan liggen, waarop de manueel therapeut een stuk huid boven mijn wervel pakte en deze een paar centimeter omhoog trok.

Het is het lot van een zittend beroep, niet van veertig worden.

De 7 kilometergrens ligt intussen ver achter me, de eerste halve marathon heb ik reeds gerend. En dringt die pijn zich weer op? Dan laat ik dezelfde week nog mijn wervels lichten.

Over Tialda Hoogeveen

Tialda Hoogeveen is journalist, (tekst)schrijver en hardloper. Haar enthousiasme voor de sport lees je terug in haar teksten op deze website.