Over voorbereiden (of het gebrek daaraan)

Met een heroïsch gevoel sta ik bij de start. Voor het eerst van mijn leven doe ik mee aan een loopje van 12 kilometer! Maar al na twee kilometer blijkt dat dit een martelgang gaat worden. De zon brandt genadeloos op mijn hoofd, water heb ik niet bij me en het asfalt maakt van mijn benen betonblokken.

Argeloos was ik. Natuurlijk had ik die 12 kilometer wel getraind. Al jaren bleef ik hangen op 10, maar de laatste weken had ik talloze keren 12 gelopen, zodat mijn lichaam een beetje gevoel bij deze afstand kon krijgen.

Nee, aan het trainen kon het niet liggen. Een gezond lijf dat 10 kan, kan ook 12, zo dacht ik. Maar al snel bleek dat ik voor mijn dat-doen-we-wel-even-houding nu de prijs moest betalen.

‘Heb je het niet gezien?’ vragen vrienden later. Zij wonen op 2,8 kilometer van de start. ‘Wat?’ vraag ik.

‘Hup Tialda!’ hadden we met krijt op de weg geschreven. Ik schud mijn hoofd. Op het moment dat ik hun huis passeerde, stond mijn hoofd al op overleefstand.

Had ik maar…

Even verderop moet ik linksaf. Deelnemers die 7 lopen, mogen rechtsaf. Ik moet wat wegslikken, maar volg dapper het zwarte, geasfalteerde fietspad richting Ankeveen.

In de verste verte is geen boom te bekennen. De junizon staat om halftwee zo’n beetje pal boven me. Water heb ik niet mee, want voldoende drinkposten, zo dacht ik.

De eerste drinkpost komt pas na 5 kilometer, en hardlopen met een plastic bekertje is mij nog nooit goed afgegaan. Smachtend denk ik aan die handige flesjes in mijn heupgordel, die nu in de mand in mijn kledingkast nutteloos liggen te zijn.

Misselijkheid treedt op vanuit mijn maag. Suiker en hardlopen; ik heb het nooit gekund. Maar ik was vergeten bananen te kopen, dacht dat sultana’s een handig hapje vooraf zouden zijn en ontdek nu dat daar best veel suiker in zit.

Het parcours valt mij ook zwaar. Nooit heb ik getraind op asfalt, waarom zou ik over fietspaden en stoepen langs huizen trainen als het bos met de zachte ondergrond en het altijd verkoelende bladerdek van eeuwenoude bomen vlakbij huis zo veel mooier is?

Nou, daarom dus.

Niet zo soepel

Ik sla mezelf erdoorheen. Kilometer voor kilometer. Opperste concentratie is nodig, dochter van 5 die een stukje met mij mee rent en gezellig begint te kwekken haalt me uit mijn wankele focus. Zelfs voor de peptalk waar ik mezelf normaalgesproken mee fop (‘Het is maar een uur van je leven.’ ‘Je zit al op de helft.’) heb ik geen puf meer.

Negen kilometer. Op een balkon langs de vaart staat een clubje bekenden dat mij vrolijk aanmoedigt. ‘Dat zag er niet zo soepel uit,’ vat een van hen mijn performance achteraf treffend samen.

En toch, op de een of andere manier is daar de finish. 1 uur en 14 minuten na de start sprint ik eroverheen. Misselijk, gedesoriënteerd en beenspieren die volledig vastslaan.

Enigszins bezorgd loopt manlief mij tegemoet. ‘Volgend jaar weer, maar dan sneller!’ is het eerste wat ik zeg.

Over Tialda Hoogeveen

Tialda Hoogeveen is journalist, (tekst)schrijver en hardloper. Haar enthousiasme voor de sport lees je terug in haar teksten op deze website.